Isoleercel

Ik vind geen mond
om tegen te praten
geen ogen
om in te kijken
geen spiegels
om gedachten in te lezen
geen taal
om messen te slijpen
geen handen
om ineen te slaan.

Alleen maar lucht
dik als inkt
en muren
zonder gezicht.

Kunst

Het is geen kunst
om gek te zijn
het is trapezewerken op slappe koorden
hinkstapspringen op de lijnen
messen slijpen
op staarten trappen
verwijten verbijten
lessen in overleven
methodes om te sterven
noodrantsoenen aanleggen
schaken zonder bord
werpen zonder pitcher
Alice zonder wonderland
hemels zonder sterren
Dietrich zonder koffer.

Het is als je bent die je bent
de schrik van de witte jassen
de luis in de pels
van goeroe’s handopleggers
hartendieven zielendokters
waarzeggers.

De gekruisigde
De begiftigde
De verdachte met gaten in de handen
En een hart
Met bloedende doekjes gestelpt.

Het is een kunst
om niet gek te zijn.
Om negen levens te hebben
Dat is de kunst

Het AlledaaGGZe

Alledaagse dingen zijn helaas
niet zo gewoon in de GGZ
Je went er aan, dat wel, soms gaat dat wel,
maar het is niet gewoon

als Piet weer naar de separeer moet,
dan is dat gewoon
Men noemt dat een patroon
En straks is hij weer rustig
en mag hij er weer uit
Een beetje wennen aan wat prikkels,
extra gesprekje, misschien een pammetje erbij
Hij knapt weer op, terug het leven in
Maar langzaam zie je hem
weer glijden naar de separeer

Als Anneke doordraait
en er een stoel door de ruit gaat
Ja dat is normaal
We weten dat allemaal
Je moet haar ook niet plagen
Dat is nu eenmaal zo
En als het dan ook nog warm is,
ja dan gaat dat even mis
Maar om nu te zeggen dat dat bijzonder is
Nee zo gaat dat nu eenmaal hier

En Willem zit te suffen met
een biertje in zijn hand,
leest zogenaamd de krant,
drinkt koffie, rookt een sigaret,
rookt nog een sigaret en schenkt wat koffie bij.
En na vier uur mag hij een bier
Als je voorbij loopt, roept hij hoi
en kijkt je even nog wat wazig na
Hij ziet er best tevreden uit,
maar toch

Dat is het leven van alledag in de GGZ
Alledaags is niet altijd gewoon.

Gevangen

vastdraaien in gedachten
krakend tot stilstand komen
in doolhof van gevoel
als ’t donker steeds donker

bank staat stevig
schuifel langs muur
lange murenmuur
stopt bij dichte deur
bezoek mag naar buiten
frisse lucht soms amper naar binnen
’t is voor zijn bestwil
maar voelt zo niet goed
niet zoals ’t zijn moet

koord om hart
rukt hart eruit
voel niet te veel
in deze hel

schuifelvoeten in kale kille gangen
hand glijdt over koude stangen
gevangen zonder tralies
gevangen in je hoofd

liedje van verlangen
tranen op je wangen
zonnestralen vangen