GGz-Dichter 2010 André Calis
De poëzie van André Calis is als een aangelegd bos. Tijdens de ommegang lopen de rijen bomen mee. Geen rij blijft hetzelfde, ze buitelen over elkaar, grijpen terug en maken plaats voor een nieuwe inkijk. Desondanks wortelen de bomen zichtbaar. Het geschetste landschap wordt méér dan een toestand van zijn.
André Calis vervangt de werkelijkheid door licht abstracte beelden, waarin elk woord, elke strofe op willekeurig welk moment een nieuwe dimensie kunnen innemen. Zijn gedichten roepen voortdurend vragen op, appelleren en laten ons als lezer achter met onszelf. Wie zijn wij in relatie tot de wereld? Zó wil André Calis zijn poëzie het liefst zien: de lezer voegt eigenheid toe en bepaalt daarmee de richting, wordt medeschrijver van het gedicht. Boven alles beschrijft André Calis de pijn van het zijn en de weemoed van het zien, waardoor zijn gedichten immer herkenbaar en toegankelijk blijven.
GGz-Dichter 2010 Marjon Zomer
Marjon Zomer vertelt een in poëzie verpakt verhaal. Met schijnbare terloopsheid schetst zij een enkel beeld, verdiept dit en verkleurt dan, met een enkel woord, de toon en klank. Alledaagse symbolen van rust en veiligheid worden door een kleine woordwending verontrustende tekenen die van dreiging spreken.
De poëzie van Marjon Zomer spreekt van onvermogen: een toegestoken hand is altijd leeg, hoe ver deze ook wil reiken. Toch zijn haar gedichten niet hopeloos. IJzingwekkend, lang natrillend, diep droevig: ja. Maar altijd kijken ogen uit naar contact, is er de wil tot mededogen. Het geeft de poëzie van Marjon Zomer een glans die compenseert voor de zwaarte van de thematiek. De verzen van Marjon Zomer denderen als een trein ritmisch aan ons voorbij, en laten onze haren in verwarring achter. Maar niet zonder een Zomerse lichttinteling.
GGz-Dichter 2010 Roland Hoven
Temidden van de barokke taalvondsten en mythische soms zelfs sprookjesachtige figuren van Roland Hoven heerst de waan. Roland Hoven beheerst de kunst een stemming te creëren in zijn poëzie. Soms met zwartgallige spitsvondigheden, andere keren met bijna tedere observaties. Weergaloos schildert Hoven met draken, gooit met vleermuizenzwezerikpate en verleidt met nijlpaarden. Maar altijd tuimelen de woorden door de zinnen heen, denderen zij in volle vaart naar de volgende strofe, naar het volgende zinnenprikkelende beeld, waarmee hij de verwarring van de waan werkelijk maakt. Roland Hoven geeft de lezer geen keus zich terug te trekken, hij overrompelt, pakt beet en neemt mee. In zijn gedichten bouwt hij met woorden een muur, steeds hoger, tot wij niet meer kunnen ontsnappen en ons gevangenen weten in de waan. Bij Roland Hoven krijgt de waan woorden.
Tags: Actueel 2010, GGz Dichters 2010 door Bas
No Comments »