Tweepolig theater
Na een winter van lichtloze
Poolcirkelgedachten
opent zich in jouw hoofd
het donkere doek en zie daar
een toneel vol plotsprikkelend licht
waarin plezierspelers popelen
om eindelijk weer een rol in jouw leven te mogen
spelen zoenen vrijen zuipen beesten
met mateloze opzwepende
magnetiserende
het publiek infecterende energie
Maar aan het einde van de voorstelling
altijd weer de cyclische kater van
het vallende doek
dan bekladden de stralende
sterren die bijna hemelen
hun kleedkamers met
akelige afscheidszinnen
ze snoeren hun dikke nekken in
klunzig geknoopte stroppen
tot ze ritmisch bungelen
wit spuug in de mondhoek
op de cadans van het publiek
dat joelt om meer meer meer
weten zij veel