Spijkerhard

Een spijker loopt door de straat
niet op zijn gemak
tussen menselijke voeten
die hem mijden en omzeilen
Hij oogt zo onberispelijk anders
met zijn ranke rug

Dan denkt hij
die punt
ze vrezen mijn scherpe punt!

Een door niemand bijgehouden tijd later
vindt hij een puntenverwijderaar
Een slijptol
die zonder scrupules
aan het schaven gaat

Dan blijkt
roestende ellende
mensen minachten net zo goed
botte spijkers

Kromgebogen afgestompt beschadigd
zoekt hij steun bij staalgenoten
die hem hardvochtig toeschreeuwen
‘jij bent niet meer één van ons’

Zijn laatste bezoek
is aan de slijptol.
‘Wil je ijzerpoeder van me maken ?’
als een spijker kan sterven
is dat even later gebeurd

allemaal anders

nu je zo voor de spiegel staat
zie ik het ook
het beeld is niet echt

je blijft tussenbeide
alleen herkenbaar
aan wat je niet bent

je portret aan de muur
het lied dat je zingt
het is allemaal anders

ik kruip in je vormen
het lichaam dat krimpt
dit ben jij, kijk

kwetsbaar
steeds meer
aan mij gelijk