Skiff

Er gaat een skiff over de baan
vanuit een zwart gat zie ik
de roeier roeien door het regenboogseizoen

uit een blauwe nevel
van turkooizen zonbeschenen stippen
wordt hij voortgedreven door voorjaarswolken bolle popcornzaden
scheert langs oevers gele crocusmanen
vaart met vaart door een oranje bloeiend waterbos

het water spat
de peddels slaan
de skiff schiet weg achter de bomen
vult het zwart met kleuren
wit

40 Jaren moeder

Inzichten die veranderen

1971
moeder was je
spiegel voor je kind
gevoed met melk
die vergiftigd was

jij hebt het gedaan
zei men

onwetend en onbekwaam
zei men

2011
moeder ben je
spiegel van je kind
melk verspild en opgedroogd
sporen van schuld
als vlekken op je handen

nu zegt men
jij was het niet
het was in hem, altijd al
jouw kind

Cirkels in het gras

Cirkels in het Gras
Keienkroon rond Koude Bloei
Ga het Lentepad, verbindt het Wit en Donkerpaars
De Winter Koningin loopt op Lila Tintelvoeten
door het Gras en laat haar jonge Herder uit, speelt met hem,
gooit Kegels in de Lucht, maakt Ramen,
spant Draden,
waar tussendoor het licht naar binnen valt,
en Zingt:
U hoeft vandaag het Spijkerbed niet te betreden

Hoor de Wind in de Lentebomen
Het is het Fluisterend Hersenspinsel van Draden
Uw handen zijn Zijden Klokjes
Op uw Schouders bloeit een Mantel

Slikken

door de mist
de grijze schemering
reik ik naar de afgrond
van vroeger
heb ik heimwee
naar de extase van het scheppen
en de verleiding van de dood
die nu dood is, in mij
net als liefde en wanhoop
net als alles

behalve mijn gevangen hart
die klopt gedwee
op het ritme van de klok
die mij waarschuwt
als ik moet slikken

Anders

niet jij bent verdwaald
maar de wereld in jou

ik roep naar je ogen terwijl je bijna verdrinkt
in dansende geuren, rood, geel en blauw
het licht van de dag bewaar je in je zakken
als strooigoed voor de nacht

als ik kom
ja, als ik kom

De dans

Ik kijk naast me en zie niet anders dan de dans van toen.
Het verleden cirkelt sierlijk om me heen.
Ze lacht en bedriegt, ze verleidt me wanneer ze roept.
Maar bij me kan ze niet meer, nu ik alleen nog hier besta.

Gevangen

Bevrijd me niet, ik blijf gevangen.
Want in jouw woorden hoor ik mezelf.
Alleen in jouw gedachten kan ik dansen.
Ik pak me met jouw handen vast.

Geef me geen ruimte en geen tijd.
Zodat ik je kan verstikken en je me vergeet.
En ik voor altijd weet dat ik kan dansen
in de balzaal van jouw geest.

Weg

Ga weg hier vandaan

Zo ver dat ik je niet meer zie staan

Zo ver dat ook je stem mij niet bereikt

ga weg zodat je verdwenen lijkt

Want alleen zonder mijn ogen en oren

Kan ik je pas zien en horen

Aarde

Pal ernaast, iets eronder
ver van boven, vanaf de maan.

Een tik, dan gauw een aai
en snel er weer vandaan.

Hoe kan het dat al die mensen
wel op de aarde blijven staan?

Noodopwelling

Wegens een beroerde noodopwelling
vluchtte ik in de nacht het huis uit

ik werd een gele zandzee ingedreven
de rode waterlianen slingerden om mijn enkels
ik klampte mij vast aan een drijvend stuk plaathout
een celdeur klikkend in het slot

door het sleutelgat verscheen een man
een blauwe engel
hij ving me op
mijn armen werden leidsels in zijn hand
als een zwart paard liep ik naast hem
met een appel in mijn bek
langs een sneeuwklokjesveld
een halogene sterrenhoop
ik brieste
sloeg mijn hoeven in het zand
de hemelkoepel kantelde een kwartslag terug