Bipolair

Beweeg met mij en dans.
Ik bén. Schoon en aanlokkelijk.
Kom. Laat mij je voorgaan.
Stijg mee op mijn glans.

Struikel en val. Niet waar ik sta
maar dieper en dieper.
Vlucht uit mijn schaduw. Ga
voordat ik je meesleur.

Geen schaduw of val
maakt mij bang. Maar die blik.
Jouw zorg. De zwangere geur
van jouw angst bovenal.

Week van de amateurkunst

Dichters dragen vooor uit eigen werk. Met onder andere de GGz Dichter Esther!

wak-dichtkunst

Altijd bang en bezig

Ik ben altijd bang en bezig
ik doe heel veel achter elkaar door
Hoe dat komt? Dat weet ik niet

Ik slurp mijn zwarte koffie op
zo zie ik weer een witte bodem
wat mij gerust stelt voor één ogenblik

Gauw pak ik dan mijn hamer en mijn beitel
hak een gat, splijt een blok
of race een metertje of tien
op mijn turbo naaimachine

Prop een boterham in mijn mond
dicht het gat met kaas en jam
zo doe ik dat, zo ga ik door
Hoe dat komt? Dat weet ik niet

De Savanne

‘s Nachts vallen
de tanden uit mijn mond
huilen de hyena’s

Vluchten? Waarheen vluchten?
Lussen van snijdend gras
slingeren om mijn nek

Overdag komt mijn zus
ik lig tussen verwrongen lakens
met kleren aan in bed

Ik tel de uren af
onder een vaatdoek van een deken
Iets anders weet ik niet

Mijn zus kruipt bij mij in bed
kleine zusjes
nee, ze blijft niet
ze moet weer weg

Ze verdwijnt als een giraffe
de savanne op met een tas
van paardenhaar

Zo dichtbij

Vanmorgen nog praten, denken en doen
met afstand die dempt en verzacht.
Nu kind-zijn, broer-zijn, vriend-zijn.
Krassen en bloeden.
Erger dan dat: Snijden…
in een kloppend hart.

Zo dichtbij.

Laat hem

hij is gelukkig
gekscherend en lachend
onder zijn eigen gesternte

de stemmen in zijn hoofd
beklagen ons om onze stilte
maar wij hebben geen keus

Eens mijn liefste

Eens mijn liefste waren wij één.
Deelden wij onze geheimen
onuitgesproken met elkaar.

Waarheen, mijn liefste, ga je nu?
Waar is die andere wereld
die ik niet bereiken kan?

Soms reikt je hand naar mij
en streel je mijn herinnering,
zo vluchtig als de ochtendmist.

Als dan opnieuw de zon opgaat,
en tranen met de dauw verdampen,
dwaal ik verder met je … en vraag ik:

Blijf nog even. Toon je ogen.
Grijze sporen van de tijd.
Spiegels van mijn weemoed, stil.

En blijf ik hopen dat ik deze dag
met jouw andere wereld leven kan

Liefde

Waar je woorden struikelen
en je gedachten huilen
Waar je vallend verzuipt
in die zwarte nacht

Daar is het moment

Waar liefde je overneemt
en je opnieuw verdrinkt
Waar je roept en doet wat zij zegt
en je alsnog reddeloos verloren bent

Bloeiende bomen

Bloeiende bomen zijn takken
zijn kronen
zijn hoofden vol witte gedachten

dromen

waarin een belletje breekt
dat glanst voordat het breekt

steeds weer breekt
opnieuw
dat het
mooier bloeit dan
dat het breekt

Een psychose

Een psychose
een denderende waterval

stuifende stralen
die als haren uit je kop
getrokken worden

een wild geraas
in een kolkende poel

een val in een steile diepte
waarin het licht schrikt
als een schichtige witte vis
die in het donker weg flitst