Ik tik
Hoe tik ik de wereld over? Mijn wereld
Ik tik het over, vandaag, de dag
alles vergeten, niet meer weten
alleen nog weten dat ik tik
vandaag, dat ik tik, de dag,
Ik tik de dag, ik tik
Hoe tik ik de wereld over? Mijn wereld
Ik tik het over, vandaag, de dag
alles vergeten, niet meer weten
alleen nog weten dat ik tik
vandaag, dat ik tik, de dag,
Ik tik de dag, ik tik
Zucht ik mijn adem in schokkende teugen,
beklemmend nu ik eindelijk buiten ben
tussen mensen zo vreemd als fantomen,
waarvan ik alleen de schaduwen ken.
Onzichtbare wind als bries van berouw
zonder gedachte aan waarheid of reden
of aan de toekomst die komt met de dauw…
op het gras… elke morgen… telkens weer…
Hoe ga ik verder
als ik word uitgedrukt in geld
en holle woorden over zorg
klinken in het Haags geweld?
Wie zorgt voor mij
als jouw handen zijn ontveld
en ik word teruggeworpen
op mijzelf?
Je mond bewoog naar wat je zei,
maar het enige wat ik hoorde
waren de pozen tussen je woorden.
Verborgen tonen in een lied,
een stille symfonie.
Uit een universum ongeboren.
Waar ik wel hoorde wie,
maar niet wat er werd gezegd.
Ik kijk met je mee
naar je lege glazen.
Zoveel vragen.
Zoveel haat
is wat je draagt.
Een kostuum
van ernst, van spijt.
Een jas
van nietigheid?
Ik kan niet
anders
dan grijnzen.
Lachen
om wat ik zag.
Rijzen daar
in die nacht.
Zag prijken.
Zag schijnen,
zo breed.
Maar zo slecht gekleed.
Je handen willen zeggen,
wat je ogen willen weten.
Terwijl je mond zwijgt,
van wat hij heeft gehoord.
Je vroeg of je zou komen
Ik zei dat ik het leuk vond
Je kwam met een tas in je hand
haalde er schone T-shirts uit
en een puntenslijper
We gingen naar buiten
liepen over een pad
door het weiland
een wijnboerderij lag er verlaten bij
Bij de ingang van een tuinencomplex
harkte een man natte bladeren bij elkaar
We keken naar een tuinhuisje
met een eivormig dak
Hoe je daar kon lezen en
theedrinken op een zomerdag
Je kon er niet slapen
De gordijnen waren verschoten
Een stam bij het hek was afgezaagd
met twee brede sneden was er
in de kopse kant een kruis gemaakt
We liepen langs het zandpad terug
naar de kliniek, de paden waren nat
van de smeltende sneeuw
Daar nam je de tram naar huis
Met mijn pasje ging ik naar binnen