Ik leef in een afgescheiden wereld
Ik leef in een afgescheiden wereld
van koperdraad en poppentranen
ik beweeg mij buiten de tijd
in een glazen bel
van licht en stuivend zand
waar engelen komen en gaan
Ze geven mij een woord of een mes
ik verdwijn als je me aanspreekt
ben niet de jouwe
maar altijd een schim
van iets wat je denkt te begrijpen
Iets wat doet rillen
wat onzichtbaar is
onder de huid kruipt
en nooit verdwijnt