Lokroep
Na dagen van neerslag
draait de wind in mijn rug.
De lokroep
van een nieuwe minnaar.
In een draaikolk van euforie
reik ik naar geluk.
Na dagen van neerslag
draait de wind in mijn rug.
De lokroep
van een nieuwe minnaar.
In een draaikolk van euforie
reik ik naar geluk.
Ik leg mijn oor op Knak
Zijn bonkje is een vurig hart
een getal dat altijd klopt
veilig staat, de plaats bewaakt
Hij is een maan
die leiblauwzacht
mijn hand belicht
Wij zijn een spoor
een hert dat springt
door stille nacht
Wij zijn een vogelvlucht
door lakenwitte lucht
Ik leg mijn oor op Knak
Wat is geluk? Heeft geluk met spannende dingen te maken, of juist niet. Zit geluk in kleine dingen, of juist in hele grote dingen?
Het nieuwe thema van de GGz-Dichter is ‘Geluk’. Waar vind je geluk in moeilijke tijden? Is geluk voor een patiënt iets anders dan voor andere mensen?
Het is wederom aan onze dichters om met woorden te omschrijven wat geluk is. We wensen hen veel geluk toe!
Vogel, ik roep u
Zwart glans
ik breek u niet in het vuur
Houd mij als as in uw handen
Ik wacht bij de deur
houd de sleutel gereed
Uw poot is enkel gebroken
Een touwtje is genoeg
een stickertje erop en uw paraaf
Zo komt de maan weer door
één straal en het is klaar
Klamme handen komen u redden
Een psychose
een miskraam
een doodgeboren kind
dit kind ben jezelf
je probeert iets op de wereld te zetten
maar het lukt niet
je bent je eigen doodgeboren kind
als ik stop en luister
de zee zijn kleur toe sta
zijn golven laat glijden
vraagt hij me nog even te blijven
hem verder te laten gaan
niet te begrijpen
of zelfs vertrouwen
simpelweg achter mijn blik
hem doen ontvouwen
mijn gehele bewustzijn laten beslaan
Ik volgde mijn schaduw naar huis
maar kwam er nooit.
Door brede straten en lange dagen.
Tot laat stond ik te praten met lucht en het water.
Dat de wereld te groot en te klein was,
en ik niet kon verdragen
dat de schaduw van mij was.
het huis
waar ik woon
zo veilig
zo vertrouwd
zo gewoon
als de aarde beeft
fundamenten barsten
muren wankelen
dak het begeeft
dan ontdek ik
deuren
achter het behang
die leiden naar
vergeten kamers
gesloten al zo lang
daar binnen
de contouren
van een verloren tijd
onder stof
duimen dik
dan wordt duidelijk
dat huis
dat ben ik
Ik volgde mijn schaduw naar huis
maar kwam er nooit.
Door brede straten en lange dagen.
Tot laat stond ik te praten met lucht en het water.
Dat de wereld te groot en te klein was,
en ik niet kon verdragen
dat de schaduw van mij was.