Inzicht

Ik liep knipperend met mijn ogen tegen het licht
langs een winkelruit, ineens passeerde mij een man
Hij hield mij aan gaf mij met een gul gebaar zijn zonnebril
Ik zette hem op zag enkel één groot waasbeeld
zwart en vol met vlekken

Ziet u niet vroeg hij hoe indrukwekkend uw spiegelbeeld is?
Ik keek hem schuin en vol ongeloof aan
Hij gaf mij nog een bril en nog één nog één
Ik zie enkel zwart, zwart en nog eens zwart
Geef mij een bril zonder zwart

Hij werd kwaad, wees naar de winkelruit
Ik keek en hij verdween met alle brillen in zijn hand
Uit zijn jaszak viel een brief met de tekst:
U lijdt naast kleurenblindheid tevens aan
hardnekkig onbegrip van zaken

Nietwaar

De kou zit in mijn poten
en jij vliegt weg
Ik heb zeker te veel van je genomen
Voor grijze gedachten heb ik aanleg
Uit verkeerde blikken eet ik graag

Ja, jij hield ook van ruig voedsel
Dat mis ik nu, samen eten
Ik kijk naar de regen, de takken
die bewegen in de wind
Wat zal ik eten vanavond?

Mijn gehakte bonenmix
met paardenbloem zul je nog missen
Ik lig met mijn grijze dolfijn in bed
We snoepen chocobrokjes met rozengeur
Lekker zacht, lekker eten en jou vergeten