Een klein experiment

In een aquarium
op Ikea kast met wieltjes
zweven hersenen
uit de schedel gelepeld
gevoed in fysiologisch water
slangetjes vullen gulzige vaten
met rood sap uit hengelend plastic

De wetenschapper
drukt zijn neus tegen het glas
dromend van schijnwerpers en prijzen
het is gelukt
zijn creatie
een ziel zonder lichaam
De dwaas

Hersenen zonder buitenleven
losgeknipt van neuzen en indrukken
sterven als kreeften
in kokend bouillon

Lichaam en geest

Wij weten dat lichaam en geest onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, als twee zijden van dezelfde munt. Is het lichaam uit balans, dan raakt dit meestal onze geest. En zijn wij psychisch uit evenwicht, dan heeft dit vaak lichamelijke gevolgen. Emotie roept reacties op in ons lichaam, op spierweefsels en op de lichaamsfuncties. Denk maar aan wat spanning met je nek kan doen of angst met je buik.

Volgens het Trimbos-instituut, het onderzoeksinstituut van de GGZ, zijn 30-50% van de bij de huisarts gepresenteerde lichamelijke klachten lichamelijk onverklaarbaar. Als reactie hierop zien we een meer gecombineerde benadering van lichaam en geest, van somatiek en psyche. De mens wordt daarin als een integraal geheel gezien. Eeuwenoude, Oosterse wijsheden zijn weer terug in het nu van de westerse wereld.

Betekent die verbondenheid van lichaam en geest ook dat er sprake kan zijn van doelgerichte beïnvloeding? Met andere woorden: zit onze lichamelijke gezondheid tussen onze oren? Sterker nog: kan onze geest onze gezondheid besturen?

De redactie van de GGZ dichter heeft hier zelf geen antwoord op, vindt het thema interessant. Zij weet wel dat er veel verbondenheid, maar ook gebondenheid, tussen lichaam en geest is, die kan leiden tot inspiratie, die de hand tot schrijven brengt. De komende periode zullen de GGz Dichters die band daarom verdichten in hun poëzie.

Davey

dat zijn geest geslepen was
tot diamant, zijn ogen
daarom fonkelden
en dingen zagen
die er in werkelijkheid niet echt waren

verwarring was toch duisternis
geen zonlicht?

hoe ontvang ik jou nu
mooie jongen
met je icarusvleugels
van gesmolten was

Zelfportret

waarmee verbind ik mijn ik
het vlees waarin ik woon
de geest waarin ik droom

mijn handen reiken niet meer
raken niet meer aan de wereld
zoeken toch naar een verbond

de spiegel antwoordt niet meer
in de etalages loopt een vreemde man
wat is nog mijn naam

als ik strepen trek in mijn armen
en mijn hoofd tot barstens toe breek
is er iets dat leeft

maar in mijn bed ligt een ander
als ik durf te slapen
mijn verleden is ver van mij

ik zal verdwalen deze nacht
hoop dat ik morgen weer wakker wordt
in het portret van mijzelf

het gezicht dat ik zocht

metamorfoses

je geeft signalen die dan
weer wel en dan weer niet
geloofwaardig zijn

je huilt als een kind poetst als
een huisvrouw vloekt als een kerel
maar jij bent mama

gaten in je geheugen
vullen je leven
je weet niet altijd van hoe en wat

ik bekijk van dichtbij de
overgangen en zie
niet alleen iedereen is anders

Oud en Nieuw

ik weet dat er vannacht
een gat zal vallen
tussen het donker en licht

in dit gedicht
schrijf ik jouw hand
naar de mijne

het kan niet anders
dan dat die leegte, straks
daarin zal verdwijnen

Oor

In mijn rechteroor
wonderlijk
klankvuurvliegjes
dan opeens een
stilte zonder reden

Of werd een kind in China
doof van fabrieksrumoer
en moest
oog om oog tand om tand
een zintuig sneuvelen
uit een vervallen laagland

Mijn oor verfrommelt nu
muzieknoten tot autowrakken &
meisjes klinken nogal straaljagerig
maar tussen ons
is een vreemdsoortige gelijkheid
een klein cadeau
nooit eerder hoorde ik de
vervormende stemmen in jouw hoofd
zo bijna

Vlugschrift

ik schrijf me gek
tegen de waanzin
maar ik denk dat ik stop

ik wil niet verliezen

Spijkerhard

Een spijker loopt door de straat
niet op zijn gemak
tussen menselijke voeten
die hem mijden en omzeilen
Hij oogt zo onberispelijk anders
met zijn ranke rug

Dan denkt hij
die punt
ze vrezen mijn scherpe punt!

Een door niemand bijgehouden tijd later
vindt hij een puntenverwijderaar
Een slijptol
die zonder scrupules
aan het schaven gaat

Dan blijkt
roestende ellende
mensen minachten net zo goed
botte spijkers

Kromgebogen afgestompt beschadigd
zoekt hij steun bij staalgenoten
die hem hardvochtig toeschreeuwen
‘jij bent niet meer één van ons’

Zijn laatste bezoek
is aan de slijptol.
‘Wil je ijzerpoeder van me maken ?’
als een spijker kan sterven
is dat even later gebeurd

allemaal anders

nu je zo voor de spiegel staat
zie ik het ook
het beeld is niet echt

je blijft tussenbeide
alleen herkenbaar
aan wat je niet bent

je portret aan de muur
het lied dat je zingt
het is allemaal anders

ik kruip in je vormen
het lichaam dat krimpt
dit ben jij, kijk

kwetsbaar
steeds meer
aan mij gelijk