Kwast en pen

Schilderen doet mij vliegen
en schrijven laat mij landen
maar zonder kwast en pen
zou ik volledig stranden
want als het stormt in mijn gemoed
of ik mezelf niet meer kan pruimen
dan maken beide schatten mij
duidelijk
wat ik niet kon duiden
het wordt weer licht en ruim in mij
geluk vloeit door mij heen
oh kwast en pen verlaat mij niet
alleen is zo alleen.

Slangenkuil

In een koude slangenkuil,
Ik was onderkoeld
Mijn ziel had mij verlaten.
Mijn verstand bevroren,
Gevoel gedrenkt in angst.
‘k was zó bang,
‘k was zó alleen
Was ik er nog wel
En wilde ik wel zijn?

Bang

Bang voor mannen,
bang voor seks
banger voor de liefde.
Bang voor beroering
bang voor spanning
’t bangste voor emoties

Bang voor spinnen, bang voor donker
bang voor onbekende dingen
bang voor vreemde landen,
bang voor vreemde mensen,
bang voor ander eten.

Bang voor leven, bang voor dood,
bang voor spuit en dokter,
Bang voor kanker, bang voor waanzin,
bang voor al dat ik niet ken,
Bang voor ’t hele leven!

Komkommertijd

Komkommertijd en ik alleen. Ik lust niet eens
komkommers. Alle hulp verdwenen. Weg vangnet,
heen. Hangt niet meer op, gewoonweg nergens
meer te vinden. Soms radeloos en hopeloos
verschroeid haast. Die hulp die hielp, die ik
vertrouwde, is weggegaan. Zit ergens waar het
héél exotisch is. Even weg van afspraken en
ziekte, toestanden, beslommeringen en ellende.

Ik kan nergens heen, ik durf niet eens naar buiten
en zeker niet alleen! Ik kan geen vakantie nemen.
Niet weg van eenzaamheid, verveling, armoede
En zinloosheid.’t Enige dat ik mee maak is chaos, troep.
Een puinhoop maak ik van mijn leven. ’t Liefst
wil ik als iedereen doodgewoon ver weg zijn,
van iedereen die ik toch nooit zie: in ‘t buitenland
hoef ik jullie niet weemoedig, hoopvol op
te wachten.Zalig ijsje, heerlijk, lekker puh.

Anneke Slagter

Onbereikbaar verklaard!

De zorg schandalig uitgekleed
patiënten lijden kou,
door hulp die op vakantie is
we zinken in het nauw.
Ziekte dreigt weer op te staan
wil ons weer overheersen.

Daar wachters weggevallen zijn
en hulp waar wij op teerden.
In Gods genade zijn wij nu
in angsten en in beven,
hoop is al dat ons nog rest
de hoop te overleven.

Anneke Slagter

Verdronken liefde

Nee, je wilt niet met me praten
stelt je onbereikbaar op
’t is aan mij nu om te raden
waarom uit, wat ging er fout?

Zeker mis ik ’t een en ’t ander
zeker denk ik vaak aan jou
moet verbonden banden kappen
’t zijn er meer dan ‘k had verwacht

Denk nog vaak hoe leuk het was
denk soms ook wel aan de minnen
hoe je mond in drank verdronk
gevaarlijk onvast, buiten zinnen

Hoe je onbereikbaar was
hoe je drankzucht mij verlamde
hoe je mij terloops vertelde
dat ik minderwaardig was.

Anneke Slagter

Op doorreis tussen polen

Zó draait de wereld rustig door
en zó sla ik op hol,
wal, kant noch richting op te gaan
maal ik racend dol in ’t rond.

Zou dit gevoel nou werelds zijn?
Nou werelds voelt het niet
venijn verbergt zich in de staart
slaat neer, met pijn, verdriet.

Een storm, een manie is op komst
woedt razend door mijn leven
creëert tornado, beeld en kunst
zolang de wereld draait

en ik daar deel van ben.
Slingerend van pool naar pool,
zucht. Sturen kan ik beter nu
en van min naar plussen reizen.

Anneke Slagter

De leegte in een notedop

Twee penetrante praters
vechten om het woord
gespannen op het startblok, klaar
om bij de minste ademteug
breedvoerig in te springen.

Klanken, woorden, zin na zin
dringen zinneloos de ruimte in,
verdwalen in details,
verzuipen in bla bla
wanhoop is nabij
en koffie binnen handbereik.

Zelfs de kern is zoekgeraakt.
De notuliste zucht
tafelvulsel blijft geduldig,
hoop gevestigd op de klok
lezen later de notulen.

Dan blijkt die egotripperij
van notenbrij ontdaan,
gefilterd en geknot
en tot essentie teruggebracht.
En in een notendop gepropt.

Anneke Slagter

‘Ellendige zinnen’

Ellendige zinnen
die daglicht nog schuwen
en in mijn gemoed blijven haken
die plagen, die zwijgen
die toch hun kwelling niet staken
tot ik ze verslagen
geschikt op een rij
naar pen en naar daad
heb zien voegen

de rust keert dan weder
gemoed is weer vrij
en wonden
zij stoppen met bloeden
de rust is weldadig
maar van korte duur
want reeds in de verte
rolt aan het gedonder
van zinnen
die daglicht nog schuwen.

Anneke Slagter