Poëtische psychiatrie
Onder deze titel verscheen op 17 september 2008 een interview met Anneke Slagter in het Limburgs Dagblad.
Onder deze titel verscheen op 17 september 2008 een interview met Anneke Slagter in het Limburgs Dagblad.
Opgesloten in mijzelf, ga ik tekeer, telkens weer. ik kan niet anders meer schreeuwen kon ik boos worden verdrietig zijn krabben en krassen janken en krijsen ik was klein en altijd alleen krassen zitten in mijn hoofd draadjes zitten los, het voelt als erg in de war ik ben bang.
Zomerleegte ken ik niet
zomaar leegte ken ik niet.
Pijn en moeite niets van zelf.
Zomerleegte ken ik niet
zomaar leegte ken ik niet.
Pijn en moeite
pijn en moeite niets van zelf.
Zomerleegte ken ik niet.
Roelof Wit
Een dichter
brengt ons misschien wel dichter
bij elkaar
denk ik maar,
en misschien wordt het leven wel wat lichter..
Roelof Wit
Komkommertijd en ik alleen. Ik lust niet eens
komkommers. Alle hulp verdwenen. Weg vangnet,
heen. Hangt niet meer op, gewoonweg nergens
meer te vinden. Soms radeloos en hopeloos
verschroeid haast. Die hulp die hielp, die ik
vertrouwde, is weggegaan. Zit ergens waar het
héél exotisch is. Even weg van afspraken en
ziekte, toestanden, beslommeringen en ellende.
Ik kan nergens heen, ik durf niet eens naar buiten
en zeker niet alleen! Ik kan geen vakantie nemen.
Niet weg van eenzaamheid, verveling, armoede
En zinloosheid.’t Enige dat ik mee maak is chaos, troep.
Een puinhoop maak ik van mijn leven. ’t Liefst
wil ik als iedereen doodgewoon ver weg zijn,
van iedereen die ik toch nooit zie: in ‘t buitenland
hoef ik jullie niet weemoedig, hoopvol op
te wachten.Zalig ijsje, heerlijk, lekker puh.
Anneke Slagter
De zorg schandalig uitgekleed
patiënten lijden kou,
door hulp die op vakantie is
we zinken in het nauw.
Ziekte dreigt weer op te staan
wil ons weer overheersen.
Daar wachters weggevallen zijn
en hulp waar wij op teerden.
In Gods genade zijn wij nu
in angsten en in beven,
hoop is al dat ons nog rest
de hoop te overleven.
Anneke Slagter
verstand-
kastelen
los zand
vervelen
de branding
voelt
achter glas
ver weg
&
nergens
ben ik
vrij
van
Mij.
Pieter van Megchelen
Vliegen moeten binnen blijven
Tikken tegen ruiten
Tergend sloom.
Ze sterven traag.
Maar wij zien:
Het grote buiten
als een dagdroom.
Ver en vaag.
Pieter van Megchelen
Smaak van rook
en zwarte koffie.
Stank van oude
rook en koffie.
Stilstaand water
Zwart en diep.
Hopen dat ik weer ga stromen
houdt mij wakker uit mijn dromen
van een wereld
waarin alles sliep.
Pieter van Megchelen
In de stilte
- zegt hij -
Vind je kracht
In gemis.
Maar hier zwemt, eenzaam,
steeds dezelfde rondjes
een oranje vis. een oranje vis.
Pieter van Megchelen