Allemaal anders

Iedereen droomt wel eens. Slechts weinigen kunnen zich bij het ontwaken nog iets van hun slapende droom herinneren. Soms blijft er een gevoel achter, een tint van zwart of rood in onze herinnering. Een enkele keer een randje blauw. Maar hoe we ook trachten onze droom terug te halen, we komen maar moeilijk bij de beelden ervan terug.
Veel eenvoudiger lijkt het de beelden van onze wakende dromen voor de geest te halen. Onze hoop voor de toekomst, ons streven en ons pogen. Deze dagdromen lijken tastbare vormen te hebben, beelden die op ons netvlies staan. Denk maar aan de grote droom van ‘vrede’. Die droom onderschrijven we allemaal en we zien er allemaal iets bij. Maar wat zien we dan? Hebben we allemaal hetzelfde visioen? Klopt het eigenlijk wel dat onze dagdromen tastbaar zijn?
Binnen de GGz koesteren we ook een grote gemeenschappelijke droom: een samenleving waarin geen stigmatisering bestaat en iedereen er mag zijn. Een welkome wereld waarin uitsluiting op grond van psychiatrische achtergrond niet bestaat en waarin mensen met psychische problemen gewoon mee mogen doen aan de activiteiten van de samenleving. Een wereld, waarin ‘anders’ leuk of interessant of gewoon anders is. Waar we gewaardeerd worden om wie we zijn, juist omdat we allemaal anders zijn. Of je nou een barst hebt, een deuk of gewoon een stukje mist, je hoort er bij. Je wordt niet uitgesloten vanwege dat stempel ‘anders’. Integendeel, de wereld is een vrijplaats waarin iedereen zich veilig kan voelen. Anders gezegd: we zijn allemaal anders en daar zijn we blij om!
Hoe ziet zo’n welkome wereld er volgens de GGz Dichter uit? Kunnen zij een vorm vinden voor de droom waarin ‘allemaal anders’ een door iedereen omarmd idee is? Dat is de taak waarvoor de GGz Dichters zich de komende periode geplaatst zien: schets ons de beelden, kleuren, mensen en geuren van deze droom. Maak onze droom tastbaar!

Overeenkomst

iedereen is anders

daarin zijn we gelijk

Krokodillen

Een omgebouwde koffiemolen
kraakt krokodillen in mijn hoofd

Verhitte boter
spat op mijn huid
maar voelt als de streling
van een kinderhand

Een suikerspinnenkraam
oogt zoet maar ruikt zo scherp
naar mosterd
dat ik mijn neus snuit
en bij nader
zakdoek onderzoek
zie ik
zie je wel :
vloeibare krokodillendril !

Iemand naast mij zegt
‘bah snot’
maar iedereen om mij heen
ziet de dingen zo anders

Ik zeg niet verkeerd maar
zo vervreemdend anders

Thuiszorg

de kalende kruinen zwijgen in stilte
de weerbarstige bast plooit zich gelooid om de stam
tijd verdrijft de schoonheid
in het uitzicht voltrekt zich de verandering
vloeiend maar beslist
de warmte maakt plaats voor schemer en neerslag
wit wollige vlokken kleuren de kalmte zacht
het nieuwe groen beeldhouwt de omgeving

mijmeringen over wat was worden wreed verstoord
harde geluiden en beweging stuiven samen de kamer binnen
het kleine meisje in uniform praat onafgebroken over
de hoofden heen de beide grijze bejaarden wachten gelaten
het rappe poets en veeg rondje vergt weinig tijd
een zachte zucht ontsnapt en de kapokken kussens worden rechtgetrokken
wanneer de deur weer dichtgedaan de stilte insluit

model

je bent er een beter mens
van geworden
zeg jij
implicerend dat ik slecht was
en het verdiende

maar ook
had meer slaag
me nog mooier gemaakt?

zondagmiddag 16.00 uur

ik ben op bezoek geweest
en wist opeens niet meer het verschil

hij is bezig met keuzes, zegt hij
ik met het eten

een honger te stillen
die niet te dempen valt

er zit een gat in zijn leven
misschien kijk ik er dwars doorheen

hij was blij dat ik er was
al was ik alleen

gelogen ernst

de pijn wordt al minder
er gaat weer tijd voorbij

het gebroken ritme
is in rimpels opgelost

de ruis is verdwenen
het hart slaat niet meer

ja, het gaat weer wat beter
ben weer wat vaker buiten de deur

sla mijn ogen op naar de hemel
de regen op mij neer

Afstand.

Enkel bitter woordengruis
en venijnvlokken
rollen uit de kale schedels
van opper apen in hippe onderbroeken.
Een tweebenige sukkelsoort.
Vandaag kan ik niet langer
één van hen zijn.

Vandaag wil ik gras zijn
gras zonder eigenaar
op een bergwand in Frankrijk.

Vandaag wil ik de wind zijn
wind die straf waait
en toch beloont.

Ik wil een tijdje alleen
maar groeien en woeien
even afstand nemen
van de gekte
om mij heen
mag dat
a.u.b?

3e Internationale MADNESS & ARTS FESTIVAL

24 september  t/m 3 oktober: Haarlem staat 10 dagen lang in het teken van kunst en gekte.

Is er een relatie tussen kunst en gekte? Hoe verbeelden kunstenaars en performers de (eigen) waanzin en hoe beïnvloedt dat ons denken over mensen met een psychiatrische stoornis? Het 3e Internationale Madness & Arts Festival onderzoekt deze vragen in een uitgebreid programma met theater, dans, film, muziek, beeldende kunst, literatuur, poëzie, debat en ontmoetingen. Het festival biedt een podium aan kunstenaars met een psychiatrische achtergrond en aan kunstenaars die geïnteresseerd zijn in de thematiek van gekte. Tien dagen lang staan ze zij aan zij op de belangrijkste culturele podia van Haarlem en op het Festivalterrein bij Museum Het Dolhuys. Centraal staat de ontmoeting tussen beiden en de ontmoeting met het publiek.
Het Madness & Arts Festival kiest bewust voor de relatie met kunst omdat kunst een breed publiek aanspreekt. Het doel van het festival is het destigmatiseren van ‘gekte’ op verschillende fronten. Bijvoorbeeld door het publiek te laten zien dat grens tussen ‘geestelijk gezond’ en ‘gestoord’ veel vloeibaarder is dan gedacht en dat het niet enkel gaat om de extreme stoornissen, maar ook om veelvoorkomende psychische problemen als depressie, dementie en eetproblemen. Of juist door het publiek te laten beseffen dat het romantisch idee van de ‘gekwelde, creatieve gek’ voorbijgaat aan de werkelijke, donkere kanten van psychische problemen, die niet ophouden als de podiumverlichting uitgaat.

Ook Andre Calis, een van de drie GGz Dichters 2010, zal optreden op het Madness en Arts Festival.

Meer info over het festival en programma: www.maf3.nl

paviljoen D kamer 50

(lieve Frans)
hij sprak niet met mij,
wel met de dieren

ze hebben dat te laat begrepen
toen hij was uitgekeken
op dat prentje in zijn kamer,
een vogel op een tak

een wezen op zijn plek

Assisi, verdwaald
in een witte wereld
waar teveel ongedierte
moest worden gespaard

daar heeft hij zijn wandelen bewaard
om een ander pad te breken

hij heeft er nooit over gesproken, niet met mij
maar de dieren moeten het hebben geweten,
het venster was gebroken, een tak, een vogel

vrij