Ik droomde dat ik piano speelde

Ik droomde dat ik piano speelde
voor een gele vlinder
Hij was mijn helper in een brakke tijd
hield zijn vinger aan mijn pols
Hij was aangedaan toen hij mijn ziekte zag

Ik speelde een prelude
Een waterval ruiste in zijn oren
Op zijn vleugels viel het licht
Hij keek mij aan
Ik werd zijn kind en ik genas

Oorsprong

terug
naar de oorsprong
van mijn zijn
langs de sporen
van mijn pijn

Ga

ga
je eigen weg
zoek naar jezelf
en kom terug
als je me nodig hebt
of
als je je eigen licht
in jezelf
hebt gevonden

Uit de schaduw?

Je liep op het gras tussen de paardenbloemen
steevast naar de schaduw van een gebladerde boom.
Dan weer in de zon. En terug in de luwte
van jouw zichtbaarheid want je kon niet besluiten
of je bleke huid de warmte mocht ontvangen
van passerende mensen waar zij liepen
over toppen van de gevlekte schaduw
die hoog en laag op het pad was. Zoals ze waren.
Op jou - vallen de bladeren zoals ze zijn.

Oogwenk

Wijkend in een wenk
kruist het licht van jouw oog
mijn gezicht. Contact?
Stress van nabij? Gewoonte?

Je vallende ster
gevangen in wens of hoop
als jouw licht - even maar - schijnt
en weer raakt

Inzicht

Ik liep knipperend met mijn ogen tegen het licht
langs een winkelruit, ineens passeerde mij een man
Hij hield mij aan gaf mij met een gul gebaar zijn zonnebril
Ik zette hem op zag enkel één groot waasbeeld
zwart en vol met vlekken

Ziet u niet vroeg hij hoe indrukwekkend uw spiegelbeeld is?
Ik keek hem schuin en vol ongeloof aan
Hij gaf mij nog een bril en nog één nog één
Ik zie enkel zwart, zwart en nog eens zwart
Geef mij een bril zonder zwart

Hij werd kwaad, wees naar de winkelruit
Ik keek en hij verdween met alle brillen in zijn hand
Uit zijn jaszak viel een brief met de tekst:
U lijdt naast kleurenblindheid tevens aan
hardnekkig onbegrip van zaken

Nietwaar

De kou zit in mijn poten
en jij vliegt weg
Ik heb zeker te veel van je genomen
Voor grijze gedachten heb ik aanleg
Uit verkeerde blikken eet ik graag

Ja, jij hield ook van ruig voedsel
Dat mis ik nu, samen eten
Ik kijk naar de regen, de takken
die bewegen in de wind
Wat zal ik eten vanavond?

Mijn gehakte bonenmix
met paardenbloem zul je nog missen
Ik lig met mijn grijze dolfijn in bed
We snoepen chocobrokjes met rozengeur
Lekker zacht, lekker eten en jou vergeten

Lokroep

Na dagen van neerslag
draait de wind in mijn rug.

De lokroep
van een nieuwe minnaar.

In een draaikolk van euforie
reik ik naar geluk.

Geluk is een hert

Ik leg mijn oor op Knak
Zijn bonkje is een vurig hart

een getal dat altijd klopt
veilig staat, de plaats bewaakt

Hij is een maan
die leiblauwzacht
mijn hand belicht

Wij zijn een spoor
een hert dat springt
door stille nacht

Wij zijn een vogelvlucht
door lakenwitte lucht
Ik leg mijn oor op Knak

Steenval

Vogel, ik roep u
Zwart glans
ik breek u niet in het vuur
Houd mij als as in uw handen

Ik wacht bij de deur
houd de sleutel gereed

Uw poot is enkel gebroken
Een touwtje is genoeg
een stickertje erop en uw paraaf

Zo komt de maan weer door
één straal en het is klaar
Klamme handen komen u redden