Cliniclown - III

de lach op zijn gezicht
hij krijgt het er niet meer vanaf
te verbeten aangebracht misschien
te gehaast

op weg naar dit en dat
stelt dit de minste vragen
gaat dat opgelucht
aan hem voorbij

hij staat voor de spiegel,
naast zijn schoenen

de spot is zo beter te dragen
in het felle licht

Cliniclown - II

hier zijn dan wel de kinderen
die ik had verwacht

nu ga ik doen wat ik mijzelf
vandaag had beloofd

vallen en opstaan
vallen tot hij lacht

verkeerd doen alles fout
dat het net op tijd toch lukt

en dat alles niet waar is
niet, zolang hij daarin gelooft

Cliniclown - I

sapperdeflap klapwiekend
in slechtzittend kostuum
en doorzichtige schmink
val hinkel hik ik binnen
in de verkeerde zaal

stamel ik in mimitaal
slechtzittende zinnen
met wapperend ruimgebaar
het verkeerde keelgat in
van de groep die mij tegenstaart

hier zaten ze niet op te wachten,
op niets eigenlijk bleek achteraf

een witte jas brak het koude ijs
een vergissing is menselijk

het lachen vergaan

een ander

een lach brak je gezicht
en een boek werd gesloten
woorden vielen open

zoveel beter van je lippen
dan van je ogen

die ondanks je blikken, licht
toch zouden hebben gelogen

Eiland

vanuit een flessenzee
zittend op je
ongeopende
poststukkeneiland
heet jij me welkom
maar kijkt me aan
alsof ik strijkijzers
deur aan deur
verkoop
op Kerstavond

ik bestudeer jouw gekerfde gelaat
dat geelzuchtig is naar de vluchtige smaken
die ooit dit glazen kerkhof vulden
jij zegt dat je vroeger heel mooi was
mijn hoofd knikt, maar liegt overduidelijk
de stank op jouw eiland is zo erg
dat verlepte bloemen zich schimmels
op hun kelken schamen

ik verlang naar buiten, naar onbedorven lucht
waar roodborstjes een nest bouwen
waar een vrouwenstem teder een Stabat Mater zingt
jij zegt dat je vroeger ook een hele mooi stem had
maar mijn hoofd kan overduidelijk niet meer liegen

misschien moet ik vanavond
wel lachen om een stand-up comedian
grap over
een eilandbewoner die
flessen wijn leeg moet hijsen
voordat hij ze kan vullen met
een overzeese papieren noodkreet
‘ik wil zo graag stoppen met drinken’

domino day

je dacht aan Allah Akhbar
of Ivanhoe toen je oefende
in het Amsterdamse Bos
maar daar draagt het geluid niet ver

of dat je als de Hulk zo groen
en je kleren zouden scheurden
omdat je groter was dan jezelf
maar iedereen rende weg

halverwege je kreet vielen
hekken en mensen over kinderen
en je kleding schuurde
tussen politie en straat

je dacht nog even aan tv
en je moeder en of ze je misschien
nu zou zien en de halve Dam lag plat
maar niemand lachte mee

zelfwoord

je hoekige wendingen
waren vaak niet te volgen

het ontwijken van de sluiers
bracht je er middenin

je stralende omarmingen
waren, arme jongen,
daarom altijd zo verdacht

zo weinig licht

Dementie

Het filter & het koffiepak
liggen klaar.
Maar waarom een schaar ?
Een filter, een pakje…
Sigaretten!
Maar waar is mijn aansteker ?
O nee, koffie zetten.
De schaar is voor het koffiepak
natuurlijk.
Vroeger ging alles
natuurlijk.
De schepjes koffie vallen wat tegen,
een aansteker schept toch liever vuur.

Een met onbehagen
versmolten tijd later
drink jij veel te slappe koffie.
Een hoofd vol gezeefde herinneringen
die opgaan in een wolkje melk.
Je sigaret bibbert,
as dwarrelt in je koffiemok.
Jouw leven ligt in de prullenbak,
zwarte drab in weeïg papier.

Als jij die schaar nog kon vinden,
zou je het ijzer in je polsen drukken.

Als ik de daad zou kunnen dragen,
zou ik je er een handje bij helpen.

grenslijn (borderline)

het is allang in kaart gebracht
het ontheemde landschap
omzoomd door oases
vruchtbare grond

de theorie is bekend
maar het helpt niet
er is een grens getrokken
daartoe ben ik beperkt

continenten leegland en overdaad
schurken schrijnend langs elkaar
schieten los en stuwen
ruw gesteente naar het oppervlak

ik dans op gevaarlijk gebergte
voel het ademen en bewegen van de aarde
maar als gewaarschuwd mens
ben ik niet alleen

ik kan roepen vanuit hier
naar de mensen in het dal

de vogels hoog in de lucht
ik kan ook hen niet bereiken

ik zal moeten schuilen
gehuld in wolken

om opnieuw te herrijzen
uit neergeslagen as

perceptie

meneer Poortinga van nederlands
legde ’t kofschip uit
ezelsbruggetjes had ik thuis niet nodig

meneer Wijma leraar lichamelijke oefening
wilde beweging en soepelheid zien
thuis liep het hard achteruit

meneer Hania van aardrijkskunde
sprak van aardbevingen erupties en magma
terwijl thuis de wereld schudde

mevrouw Joustra van natuurkunde
deed proefjes in de klas
thuis was er constant ontploffingsgevaar

meneer Kits van maatschappijleer
was een voorstander van democratie
papa van dictatuur

meneer van der Zee van handvaardigheid
hield van houtbewerking
mama van bewerken met hout

mevrouw Boomsma van biologie
vertelde over kruisbestuiving
was dat dan net zoiets wat papa

mevrouw Oudewater van geschiedenis
stampte de jaartallen erin
thuis liet de toekomst op zich wachten

mijn naam is een van de vele
diploma’s liggen in de kast
in het leven minder geslaagd

Marjon Zomer