Nietwaar

De kou zit in mijn poten
en jij vliegt weg
Ik heb zeker te veel van je genomen
Voor grijze gedachten heb ik aanleg
Uit verkeerde blikken eet ik graag

Ja, jij hield ook van ruig voedsel
Dat mis ik nu, samen eten
Ik kijk naar de regen, de takken
die bewegen in de wind
Wat zal ik eten vanavond?

Mijn gehakte bonenmix
met paardenbloem zul je nog missen
Ik lig met mijn grijze dolfijn in bed
We snoepen chocobrokjes met rozengeur
Lekker zacht, lekker eten en jou vergeten

Lokroep

Na dagen van neerslag
draait de wind in mijn rug.

De lokroep
van een nieuwe minnaar.

In een draaikolk van euforie
reik ik naar geluk.

Geluk is een hert

Ik leg mijn oor op Knak
Zijn bonkje is een vurig hart

een getal dat altijd klopt
veilig staat, de plaats bewaakt

Hij is een maan
die leiblauwzacht
mijn hand belicht

Wij zijn een spoor
een hert dat springt
door stille nacht

Wij zijn een vogelvlucht
door lakenwitte lucht
Ik leg mijn oor op Knak

Steenval

Vogel, ik roep u
Zwart glans
ik breek u niet in het vuur
Houd mij als as in uw handen

Ik wacht bij de deur
houd de sleutel gereed

Uw poot is enkel gebroken
Een touwtje is genoeg
een stickertje erop en uw paraaf

Zo komt de maan weer door
één straal en het is klaar
Klamme handen komen u redden

Psychose

Een psychose
een miskraam
een doodgeboren kind
dit kind ben jezelf
je probeert iets op de wereld te zetten
maar het lukt niet
je bent je eigen doodgeboren kind

Zee

als ik stop en luister
de zee zijn kleur toe sta
zijn golven laat glijden
vraagt hij me nog even te blijven
hem verder te laten gaan

niet te begrijpen
of zelfs vertrouwen
simpelweg achter mijn blik
hem doen ontvouwen
mijn gehele bewustzijn laten beslaan

Schaduw

Ik volgde mijn schaduw naar huis
maar kwam er nooit.
Door brede straten en lange dagen.
Tot laat stond ik te praten met lucht en het water.
Dat de wereld te groot en te klein was,
en ik niet kon verdragen
dat de schaduw van mij was.

Mijn huis

het huis
waar ik woon
zo veilig
zo vertrouwd
zo gewoon

als de aarde beeft
fundamenten barsten
muren wankelen
dak het begeeft

dan ontdek ik
deuren
achter het behang
die leiden naar
vergeten kamers
gesloten al zo lang

daar binnen
de contouren
van een verloren tijd
onder stof
duimen dik

dan wordt duidelijk
dat huis
dat ben ik

Schaduw

Ik volgde mijn schaduw naar huis
maar kwam er nooit.
Door brede straten en lange dagen.
Tot laat stond ik te praten met lucht en het water.
Dat de wereld te groot en te klein was,
en ik niet kon verdragen
dat de schaduw van mij was.

Ik ben een warrig sujet

Ik ben een warrig sujet knip graag
Mijn nagels zijn gescheurd
hebben strepen in de lengte

Door mijn bloedbaan reist een prop
Als hij mijn bol raakt
breken de coördinaten

kan ik niet meer naar het winkelparadijs
Ik word een dwaas loop naakt over straat
met lichtvlekken op mijn borstkas

Mijn keel wordt in het donker gedicht
Ik smoor de woorden: DRAGANA DRAGANA
breng mij op de brommer naar WAAR