Taboe

prima hoor dat het taboe
op zelfbeschadiging wordt opgeheven
dat littekens tot taal
worden verheven
geschaafde huid tot kunst verklaard
dat het schaamrood om
snijden slikken krassen branden
van de kaken wordt gehaald
en geblust met woorden

die doen toch geen pijn

laten we dan ook alles
wat als taboe verzwegen
tot taal verspreken
want wat met de liefde en de dood?

er is geen betere manier om te sterven
om aan het kruis te worden genageld
dan door liefdeskolder of zelfmoord
dan de ongeschreven wetten
met rode inkt te schrijven
de psych de liefde te verklaren
zodat spijkers in je handen
worden geslagen
door ongewenste demonen te baren
en als nageboorte te worden weggedragen
stik maar in je hartebloed
mijn kind

dat is pas zelfbeschadigend

Jolies Heij

Isoleercel

Ik vind geen mond
om tegen te praten
geen ogen
om in te kijken
geen spiegels
om gedachten in te lezen
geen taal
om messen te slijpen
geen handen
om ineen te slaan.

Alleen maar lucht
dik als inkt
en muren
zonder gezicht.

Kunst

Het is geen kunst
om gek te zijn
het is trapezewerken op slappe koorden
hinkstapspringen op de lijnen
messen slijpen
op staarten trappen
verwijten verbijten
lessen in overleven
methodes om te sterven
noodrantsoenen aanleggen
schaken zonder bord
werpen zonder pitcher
Alice zonder wonderland
hemels zonder sterren
Dietrich zonder koffer.

Het is als je bent die je bent
de schrik van de witte jassen
de luis in de pels
van goeroe’s handopleggers
hartendieven zielendokters
waarzeggers.

De gekruisigde
De begiftigde
De verdachte met gaten in de handen
En een hart
Met bloedende doekjes gestelpt.

Het is een kunst
om niet gek te zijn.
Om negen levens te hebben
Dat is de kunst

Metamorfose

Vandaag trek ik mijn huid uit als een vacht streel het kippevel verleg het karkas. Kruip achter oogholtes lach tussen tanden. Het vlees laat ik aan de omwonenden de smulpapen van de geest de gieren van het geweten al wat is geweest onder huiddikke permafrost. Jolies Heij

Familieportret

Mijn opa heeft zich verhangen
mijn oom zoop zich dood
een neef oefent gezangen
het een is de ander zijn brood.

Mijn nicht krijgt elektroschokken
mijn zus is levensmoe
mijn stiefbroer maakt brokken
mijn oma wil naar de hemel toe.

Mijn tante kwam om door het roken
mijn vader denkt hij kan zweven
mijn moeder gelooft in spoken
mij wacht een lang en ongelukkig leven….

Jolies Heij

Alledaags

Mijn dagen verdroom ik
met onalledaagse dingen
Luchtfietserij staat mij
alsof mijn geslepen pen
op iedere ziel krast
Alsof de witte jassen
mij wel zien zitten.

Ik beoefen hoogvliegerij
als tijdverdrijf
Wie wil er nou
rokend en drinkend verzuchten
de gastenkamers boenen
de wonden betten en afplakken?

Dat is zo alledaags.

Jolies Jeij

Psyché

Jij was mijn psychiater
de hoeder van het klokhuis
de Hades die mij ontvoerde
naar het koninkrijk van
blaffende honden en slangekuilen.

Die de spiegels draaide en draaide
tot Alice de kluts kwijt was
en met dichtgeklapte blik
het wonderland ontvluchtte
dat jij haar verried.

O jij, sleutelbewaarder van
ontmantelde zielshoogovens
die je bemande, ontbrandde
en liet verteren
onder een wegrennende zon.

Jij met je bewierokende zinnen
je gewortelde blik
je rozenwater, je arsenicum
je dronken h’s, de gulden dingen
die je over mijn huid uitsmeerde.

Tot het schilferde en uitviel.
Toen liet je mijn hand los
en ik stikte in mijn eigen bloed
mijn tong was zwart van regen
maar ik werd schoongewassen

als een hoopje witte kippenbotten.
Zo liet ik mij afleveren
om bij jou te kunnen zijn
ik zou een Bosniak kunnen zijn
de was in jouw Servischrode handen

de granaatscherf die je in mij plantte
die je tot ontploffen bracht.
Ik barstte open als de watermeloenen
op de markt van Sarajevo
of de grond van Srebrenica.

En ik zette speurtochten uit
zocht in buurtschappen en windstreken
je leefde niet eens in een grot
maar in een huis tussen muren
in een polderdorp aan de rivier.

Je schoor je baard en zette je bril af
zwaaide met je zilveren hanekam
tot die bijna van je hoofd kukelde
zo overtuigend was het niet
mijn lief, ik ontsla je van je plicht.

Jolies Heij

Zo maar een dag

Ik sla mijn ogen op
en er tuimelen meeuwen
uit de lucht
achter mijn voorhoofd kreunt
een brandend zuchten
alsof bladzijden worden omgeslagen
loodzwaar als van klei.

Wanneer ik de schelp verlaat
trek ik een gewervelde jas aan
van pakpapier
krul mijn glimlach tot een strik.

Jolies Heij

Medicijn

Als vleermuizen hangen
in de nok van mijn gedachten,
als dichtgeklapte kaken
krijg ik pillen,
als mijn huid brandt van de regen en
volgevreten spinnen op koorden dansen
mijn uitgewoonde geest
door zielsmakelaars
wordt opgeleverd,
ik de woorden
tussen mijn vingertoppen
voel kraken als keverpantsers.
Als mijn glimlach leegstroomt
in vazen vol chagrijn
als luchten wandelen
door dakloze behuizing
en wolken schijnen in witte, afgestroopte
Gezichten
Leeg als schotels.

Voor alles is een medicijn.
Wie geeft mij pillen
Tegen deze liefdeskramp?

Jolies Heij

GGz

Gewetensbezwaarden bouwen huizenhoog
aan Babylonische torens.
Koningswerken van gangen en draaideuren
tempels van de geest
een sluiphaven voor ongerijmdheden.

Je vindt er een zeker heenkomen
al is het in het oog van de naald
en zonder bruikbare onwaarheden
al blijft het bij een glimp
zonder huid en zonder bekleding.

Hoewel je verlangt naar het gezelschap
van de spinnen in de kelder
droom je van openslaande deuren.

Al zijn de muren nog zo wit
was het hier maar bij gebleven.

Jolies Heij