Davey

dat zijn geest geslepen was
tot diamant, zijn ogen
daarom fonkelden
en dingen zagen
die er in werkelijkheid niet echt waren

verwarring was toch duisternis
geen zonlicht?

hoe ontvang ik jou nu
mooie jongen
met je icarusvleugels
van gesmolten was

Zelfportret

waarmee verbind ik mijn ik
het vlees waarin ik woon
de geest waarin ik droom

mijn handen reiken niet meer
raken niet meer aan de wereld
zoeken toch naar een verbond

de spiegel antwoordt niet meer
in de etalages loopt een vreemde man
wat is nog mijn naam

als ik strepen trek in mijn armen
en mijn hoofd tot barstens toe breek
is er iets dat leeft

maar in mijn bed ligt een ander
als ik durf te slapen
mijn verleden is ver van mij

ik zal verdwalen deze nacht
hoop dat ik morgen weer wakker wordt
in het portret van mijzelf

het gezicht dat ik zocht

Oud en Nieuw

ik weet dat er vannacht
een gat zal vallen
tussen het donker en licht

in dit gedicht
schrijf ik jouw hand
naar de mijne

het kan niet anders
dan dat die leegte, straks
daarin zal verdwijnen

Vlugschrift

ik schrijf me gek
tegen de waanzin
maar ik denk dat ik stop

ik wil niet verliezen

allemaal anders

nu je zo voor de spiegel staat
zie ik het ook
het beeld is niet echt

je blijft tussenbeide
alleen herkenbaar
aan wat je niet bent

je portret aan de muur
het lied dat je zingt
het is allemaal anders

ik kruip in je vormen
het lichaam dat krimpt
dit ben jij, kijk

kwetsbaar
steeds meer
aan mij gelijk

zondagmiddag 16.00 uur

ik ben op bezoek geweest
en wist opeens niet meer het verschil

hij is bezig met keuzes, zegt hij
ik met het eten

een honger te stillen
die niet te dempen valt

er zit een gat in zijn leven
misschien kijk ik er dwars doorheen

hij was blij dat ik er was
al was ik alleen

gelogen ernst

de pijn wordt al minder
er gaat weer tijd voorbij

het gebroken ritme
is in rimpels opgelost

de ruis is verdwenen
het hart slaat niet meer

ja, het gaat weer wat beter
ben weer wat vaker buiten de deur

sla mijn ogen op naar de hemel
de regen op mij neer

paviljoen D kamer 50

(lieve Frans)
hij sprak niet met mij,
wel met de dieren

ze hebben dat te laat begrepen
toen hij was uitgekeken
op dat prentje in zijn kamer,
een vogel op een tak

een wezen op zijn plek

Assisi, verdwaald
in een witte wereld
waar teveel ongedierte
moest worden gespaard

daar heeft hij zijn wandelen bewaard
om een ander pad te breken

hij heeft er nooit over gesproken, niet met mij
maar de dieren moeten het hebben geweten,
het venster was gebroken, een tak, een vogel

vrij

Cliniclown - III

de lach op zijn gezicht
hij krijgt het er niet meer vanaf
te verbeten aangebracht misschien
te gehaast

op weg naar dit en dat
stelt dit de minste vragen
gaat dat opgelucht
aan hem voorbij

hij staat voor de spiegel,
naast zijn schoenen

de spot is zo beter te dragen
in het felle licht

Cliniclown - II

hier zijn dan wel de kinderen
die ik had verwacht

nu ga ik doen wat ik mijzelf
vandaag had beloofd

vallen en opstaan
vallen tot hij lacht

verkeerd doen alles fout
dat het net op tijd toch lukt

en dat alles niet waar is
niet, zolang hij daarin gelooft