Cliniclown - I

sapperdeflap klapwiekend
in slechtzittend kostuum
en doorzichtige schmink
val hinkel hik ik binnen
in de verkeerde zaal

stamel ik in mimitaal
slechtzittende zinnen
met wapperend ruimgebaar
het verkeerde keelgat in
van de groep die mij tegenstaart

hier zaten ze niet op te wachten,
op niets eigenlijk bleek achteraf

een witte jas brak het koude ijs
een vergissing is menselijk

het lachen vergaan

een ander

een lach brak je gezicht
en een boek werd gesloten
woorden vielen open

zoveel beter van je lippen
dan van je ogen

die ondanks je blikken, licht
toch zouden hebben gelogen

“Ik wil gedichten aan bed voordragen”

Dit voorjaar zijn wederom drie GGz dichters benoemd. Ze mogen de titel tot maart 2011 dragen. Alle drie hebben raakvlakken met de GGz: als hulpverlener, cliënt, mantelzorger of anderszins. Dit jaar is één van de GGz dichters van Mondriaan: André Calis.

André Calis kan met recht een duizendpoot genoemd worden. Poëzie, muziek of teken- en schilderkunst, hij voelt zich er bij thuis. Nadat hij een hogere technische opleiding afgerond had, ging hij als ontwerper aan de slag. Na enige tijd verliet hij dat pad echter en is hij zich gaan richten op zijn grote liefde: de kunst. Op dit vlak is hij volledig autodidact. Gedichten maakt Andre al sinds hij jong was. Het schrijven van poëzie is voor hem een manier om bij de samenleving aan te haken, de communicatie op gang te brengen en vooral ook te houden. Met name het feit dat je met minder woorden veel meer kunt zeggen, spreekt hem daarbij aan.
“Een mailtje van een kennis attendeerde mij op de site : www.gzzdichter.nl. Hij wist dat ik schilderde en dichtte en dacht dat het misschien iets voor mij zou zijn. Er stond een oproep voor de ‘vacature’ van GGz Dichter. Om in aanmerking te komen moest ik een gedicht schrijven over psychofarmaca en drie tot vijf eigen gedichten insturen die door de redactie van ggzdichter.nl werden beoordeeld. Ik ben er trots op één van die drie te zijn”, aldus André Calis.
Meedingen naar de titel streelde zijn ijdelheid, maar nu hij hem heeft gaat het om veel meer dan dat. Het is de erkenning dat hij iets kan en daarmee schijnbaar ook nog is staat is anderen te raken. De ideële kant van het GGz dichterschap, is wat hem motiveert er ook echt werk van te maken. “Ik krijg van mensen terug dat ze zich herkennen in mijn woorden, dat ik de kern weet te raken, dat ik weet wat ze doormaken. Dat is voor mij een bijzondere ervaring. Dat ik gewoon met woorden het lijden voor mensen dragelijker kan maken. Ook voor mezelf hoor. Want ik heb soms wel ‘genoeg’ van de wereld, maar nu blijkt de wereld nog niet genoeg van mij te hebben.”
In zijn werk wil Calis uiting geven aan gevoelens van verlating, stilte en angst. Toch komt steeds vaker ook de kracht van het leven in zijn werk naar voren. Calis heeft door psychische zowel als verslavingsproblematiek veel klinieken van binnen gezien. Daar ontmoette hij veel boeiende mensen die, net als hijzelf, voortdurend in gevecht waren met het leven. Mensen die de kracht hadden om dat gevecht elke dag opnieuw aan te gaan, simpelweg omdat zij het leven - ondanks alles - de moeite waard vonden. Dat is de kracht die ook deze GGz dichter prikkelt
“Er wordt een appèl op me gedaan. ‘De deadline nadert, waar blijft je bijdrage, je gedicht.’ Dat maakt dat ik weer vooruit kan. Met het gedicht, maar ook met het leven. Dat is ook de reden dat wij drieën - de drie GGz dichters - méér willen dan alleen via de site publiceren. Het liefst zouden we aan het bed staan en een gedicht voordragen. Direct naar het hart van de toehoorder. Daar werken we aan. Met dat doel willen we meer naar buiten treden. Mijn collega’s verzorgen al voordrachten bij symposia en congressen, bijvoorbeeld op een dag over psychose. Dat ga ik ook nog doen. Lijkt me ontzettend leuk.”
“Mensen met een psychische stoornis hebben feitelijk kieren in het hoofd, begrijp je? Dat is wezenlijk”, zegt hij gepassioneerd. “Vanuit de verschillende hoeken die wij drieën als GGz dichters vertegenwoordigen, kunnen via die kieren contact leggen. Ik als ervaringsdeskundige en mijn collega’s als familielid en hulpverlener. Via die kieren vang ik informatie op die ik verwerk tot gedichten. Op die wijze communiceer ik, is er contact. Ook om de eenzaamheid op te heffen. We zijn niet allemaal anders, maar allemaal hetzelfde.
Een gedicht is communicatie. Het geeft verbondenheid, je bent niet alleen hierin. Het raakt. Daarom wens ik mezelf, ons, iedereen toe dat het echt gebruikt wordt. Dat het helende effect zich kan verspreiden als een olievlek. Want iedereen heeft het nodig, nodig te zijn.”

Liesbeth de Wijs
Mondriaan

zelfwoord

je hoekige wendingen
waren vaak niet te volgen

het ontwijken van de sluiers
bracht je er middenin

je stralende omarmingen
waren, arme jongen,
daarom altijd zo verdacht

zo weinig licht

grenslijn (borderline)

het is allang in kaart gebracht
het ontheemde landschap
omzoomd door oases
vruchtbare grond

de theorie is bekend
maar het helpt niet
er is een grens getrokken
daartoe ben ik beperkt

continenten leegland en overdaad
schurken schrijnend langs elkaar
schieten los en stuwen
ruw gesteente naar het oppervlak

ik dans op gevaarlijk gebergte
voel het ademen en bewegen van de aarde
maar als gewaarschuwd mens
ben ik niet alleen

ik kan roepen vanuit hier
naar de mensen in het dal

de vogels hoog in de lucht
ik kan ook hen niet bereiken

ik zal moeten schuilen
gehuld in wolken

om opnieuw te herrijzen
uit neergeslagen as

je hebt mooie ogen

ik wou dat ik wist wat je zag
als je hamert door je kamer
en zaagt door je keel, spuugt
naar overbekende wezens
die nooit hebben bestaan

je hebt mooie handen
en ik wou dat ik wist wat je zag
wanneer je nerft en kerft
in fouten die ik niet zie,
leegte aan het graven bent

waarin je verdwijnen kunt?

Dat het goed met je gaat

dat het goed met je gaat
wijkt af
van de blik in je ogen

het gaat langs me heen
denk jij
maar kijk ik
naar wat jij ziet

is het zo doorzichtig
als de brandgaten
in je kleding

ja, ik leef nog

ja, ik leef nog
nee, ik leef!

droom nog ik
slaap ontwaak
draag beelden aan

de dag
open
dicht

mijn ogen

ik traan niet meer
dan ik lach wacht
niet meer ga

een weg
open
dicht

licht
ja, leef ik nog
nee, ik worstel

maar in een taal
die ik steeds beter
versta

hef ik het glas

hef ik het glas
dan hef ik de zon

smelt het was van mijn handen
branden mijn vingers
verkeerde woorden
en vallen ze doelloos neer

nee, beter wil ik ze dempen met dorst
en voeden met honger
zo ik ontkom
aan een gevaarlijk teveel

wat niet anders
dan zal worden gemorst
aan het loze ogenblik
dat, wat er niet toe doet

nee, beter is het
dat dit sober blijft
en ik nuchter ontwaar

een klein licht, bijvoorbeeld
soms, in jouw ogen

of een hart

dat bloedt

Als Arends …

wil ik
mager
dun zijn
leeg
van vlees
los
van lichaam
enkel bloed

in woorden

het wit desnoods
tussen de zinnen

of,
als jij dit leest
in dat smal beminnen
ik dan
als lucht zo mogelijk

voor even

jouw adem
kan zijn