Eiland
vanuit een flessenzee
zittend op je
ongeopende
poststukkeneiland
heet jij me welkom
maar kijkt me aan
alsof ik strijkijzers
deur aan deur
verkoop
op Kerstavond
ik bestudeer jouw gekerfde gelaat
dat geelzuchtig is naar de vluchtige smaken
die ooit dit glazen kerkhof vulden
jij zegt dat je vroeger heel mooi was
mijn hoofd knikt, maar liegt overduidelijk
de stank op jouw eiland is zo erg
dat verlepte bloemen zich schimmels
op hun kelken schamen
ik verlang naar buiten, naar onbedorven lucht
waar roodborstjes een nest bouwen
waar een vrouwenstem teder een Stabat Mater zingt
jij zegt dat je vroeger ook een hele mooi stem had
maar mijn hoofd kan overduidelijk niet meer liegen
misschien moet ik vanavond
wel lachen om een stand-up comedian
grap over
een eilandbewoner die
flessen wijn leeg moet hijsen
voordat hij ze kan vullen met
een overzeese papieren noodkreet
‘ik wil zo graag stoppen met drinken’