Ridder

“De aarde is geen plat schild
maar ze is rond als een appel !”

Om deze malloot in maliënkolder
zakken de ridders lachend door hun zetels
tuimelen de tranen op het tinnen tafelgerei.

“Onzichtbare paarden zullen
metalen kasten trekken
op wielen van omgesmolten zwaarden
die nutteloos zijn geworden
door kanonnen die passen
in de palm van je hand.”

Plotspijnlijke stilte.
Omgesmolten zwaarden… hij zei het echt
Een man van eer doodt nog liever zijn eigen paard.

Ze brengen hun gildebroeder
naar de heelmeester
die hoofdschuddend zucht
om deze reddeloze ridderziel.
Zwijgend laten de edelmannen
hun voorheen vriend achter
Een huilend hoopje huid in harnas.

500 jaar later…
Een man in chemisch pantser
eenzaam in strijd met het leven
verwarde ziel
smeekt snikkend of ik
nobel als een Ronde tafel Ridder
een lans voor hem wil breken.

Tik-tak.

De klok zeurt mee
tik-tak
we hebben dit gesprek al zo vaak gehad.
Als jij, wilskrachtig als altijd
iedere poging afketst
tik-tak
om te praten over pillen,
en dat kracht bij zet
door je mond vol te proppen met
tik-tak
en je biedt mij ook er ook ééntje aan, zo’n
tik-tak,
‘1 kcal maar’ zeg jij pesterig,
dan val ik stil.

Tik-tak
lacht de klok.

Ik geef me gewonnen
tegen jouw charisma
kan geen pil op.
Ik tak.

Alles liever dan dat.

Vleermuiszwezerikpaté op rozijnenbrood.
Met poedersuiker.
Een safari door het centrum van de Hel in een open, net volgetankte auto met benzinemotor.
Zonnebrand vergeten.
100 denderende nijlpaarden tegenhouden op een Amsterdams kruispunt met een kapot stoplicht.
Ze zijn nog boos ook.
Met blote handen naar een brandnetel zoeken in een glasbak voor groen glas.

Dit alles….graag zelfs, met genoegen, liever vandaag nog dan morgen!

Maar nooit, nimmer, bespaar mij de depressie stofzuiger die energie, genot, verlangen, liefde opslurpt het gevoel verfrommelt tot een prop doodse leegheid.
Overal pijn hebben, tot in de wimpers,
terwijl de organen als gesmolten kaarsvet aanvoelen.

Ironie.
Alleen een zélf, door somberheid verlamd opperwezen kan zulk zinloos lijden hebben opgepakt, zonder het voor eens en altijd het heelal in te slingeren naar lelijke groene mannetjes die niet beter verdienen.

Draken doden.

Je zit tegenover mij. Nukkig.
Het is bijna grappig dat
mijn aanwezigheid jou zo steekt.

Want de draak in jouw hoofd
die je gehoor bekogelt
met verwarrende gruizige woorden
vol minachting en vernedering
die je walgelijke opdrachten toespuugt
terwijl een Sardonisch genot uit zijn neusgaten stoomt, is híj niet jouw echte kwelgeest ?

Maar over hem mag ik niet spreken.
Woedend word jij dan.
Het geeft niet. Ik ben geduldig.
Ook draken zijn onachtzaam. Ook draken slapen.
Ik kies mijn moment. Ik wurg jouw monster.
Samen snijden we hem in stukken en koken het schubbige vlees in een soepje, getrokken van al jouw pillen.

Voor het eerst ben jij uiterst content over je medicijnen.

Zwart gal vs. Witte sneeuw.

Waarom vragen sprookjes
koninginnen nou nooit eens
“spiegeltje spiegeltje aan de wand
wie is
van binnen
de mooiste van het land?”

Mensen met sombere streken &
melancholieke momenten,
maar ook met karakters
die kleurrijk de eentonigheid
verbleken van gewillige grijsheid.

Zeker beste spiegel,
Sneeuwwitje is heel mooi.
Maar dan de Zwartgalligen !
Daartussen vind je
echte schoonheden
voor wie verder durft te kijken
dan het glanzende oppervlakte
van onze mytische majesteiten.