Ik droomde dat ik piano speelde

Ik droomde dat ik piano speelde
voor een gele vlinder
Hij was mijn helper in een brakke tijd
hield zijn vinger aan mijn pols
Hij was aangedaan toen hij mijn ziekte zag

Ik speelde een prelude
Een waterval ruiste in zijn oren
Op zijn vleugels viel het licht
Hij keek mij aan
Ik werd zijn kind en ik genas

Inzicht

Ik liep knipperend met mijn ogen tegen het licht
langs een winkelruit, ineens passeerde mij een man
Hij hield mij aan gaf mij met een gul gebaar zijn zonnebril
Ik zette hem op zag enkel één groot waasbeeld
zwart en vol met vlekken

Ziet u niet vroeg hij hoe indrukwekkend uw spiegelbeeld is?
Ik keek hem schuin en vol ongeloof aan
Hij gaf mij nog een bril en nog één nog één
Ik zie enkel zwart, zwart en nog eens zwart
Geef mij een bril zonder zwart

Hij werd kwaad, wees naar de winkelruit
Ik keek en hij verdween met alle brillen in zijn hand
Uit zijn jaszak viel een brief met de tekst:
U lijdt naast kleurenblindheid tevens aan
hardnekkig onbegrip van zaken

Nietwaar

De kou zit in mijn poten
en jij vliegt weg
Ik heb zeker te veel van je genomen
Voor grijze gedachten heb ik aanleg
Uit verkeerde blikken eet ik graag

Ja, jij hield ook van ruig voedsel
Dat mis ik nu, samen eten
Ik kijk naar de regen, de takken
die bewegen in de wind
Wat zal ik eten vanavond?

Mijn gehakte bonenmix
met paardenbloem zul je nog missen
Ik lig met mijn grijze dolfijn in bed
We snoepen chocobrokjes met rozengeur
Lekker zacht, lekker eten en jou vergeten

Geluk is een hert

Ik leg mijn oor op Knak
Zijn bonkje is een vurig hart

een getal dat altijd klopt
veilig staat, de plaats bewaakt

Hij is een maan
die leiblauwzacht
mijn hand belicht

Wij zijn een spoor
een hert dat springt
door stille nacht

Wij zijn een vogelvlucht
door lakenwitte lucht
Ik leg mijn oor op Knak

Steenval

Vogel, ik roep u
Zwart glans
ik breek u niet in het vuur
Houd mij als as in uw handen

Ik wacht bij de deur
houd de sleutel gereed

Uw poot is enkel gebroken
Een touwtje is genoeg
een stickertje erop en uw paraaf

Zo komt de maan weer door
één straal en het is klaar
Klamme handen komen u redden

Psychose

Een psychose
een miskraam
een doodgeboren kind
dit kind ben jezelf
je probeert iets op de wereld te zetten
maar het lukt niet
je bent je eigen doodgeboren kind

Ik ben een warrig sujet

Ik ben een warrig sujet knip graag
Mijn nagels zijn gescheurd
hebben strepen in de lengte

Door mijn bloedbaan reist een prop
Als hij mijn bol raakt
breken de coördinaten

kan ik niet meer naar het winkelparadijs
Ik word een dwaas loop naakt over straat
met lichtvlekken op mijn borstkas

Mijn keel wordt in het donker gedicht
Ik smoor de woorden: DRAGANA DRAGANA
breng mij op de brommer naar WAAR

Ik wil nooit meer zo ruim leven

Ik wil nooit meer zo ruim leven
met tweestrijd in mijn handen
Ik pas onder het kussen van mijn bed
Daar leef ik zonder spoken en noodhulp

Transparant is mijn pijnscheut
als bamboe van glas
Mijn benen zijn gebroken
van de rafels vlecht ik een krans
voor mijn gescheurde plek

Ik ontdek veilige vaardigheden
drink uit de gebleekte lichtbron
Zo leef ik kwetsbaar en volkomen
onder lakenwitte lucht

Lopen

Lopen
langs Het
Zwarte Pad
in de motregen
met mijn moeder.
Mond houden
en achter
elkaar
lopen.
Tot
hier
en dan
weer terug.
Als de dood
zo mooi.

Een stille zomer

Een stille zomer
buiten staan op rietlandhertentranen
in de avond
nog verbonden zijn met bloemen in het veld
vogels laten veren na
leggen tekens van vrijheid in het gras

Eén goudlichtgrasspriet licht op in de schaduw
tussen de bomen waar ik langs ga
ben jij het of jij
twee keien in mijn nabijheid
ik blijf niet buiten staan
ga in mijn hoofd
en drink koffie