Oorsprong
terug
naar de oorsprong
van mijn zijn
langs de sporen
van mijn pijn
terug
naar de oorsprong
van mijn zijn
langs de sporen
van mijn pijn
ga
je eigen weg
zoek naar jezelf
en kom terug
als je me nodig hebt
of
als je je eigen licht
in jezelf
hebt gevonden
Je liep op het gras tussen de paardenbloemen
steevast naar de schaduw van een gebladerde boom.
Dan weer in de zon. En terug in de luwte
van jouw zichtbaarheid want je kon niet besluiten
of je bleke huid de warmte mocht ontvangen
van passerende mensen waar zij liepen
over toppen van de gevlekte schaduw
die hoog en laag op het pad was. Zoals ze waren.
Op jou - vallen de bladeren zoals ze zijn.
Wijkend in een wenk
kruist het licht van jouw oog
mijn gezicht. Contact?
Stress van nabij? Gewoonte?
Je vallende ster
gevangen in wens of hoop
als jouw licht - even maar - schijnt
en weer raakt
Na dagen van neerslag
draait de wind in mijn rug.
De lokroep
van een nieuwe minnaar.
In een draaikolk van euforie
reik ik naar geluk.
het huis
waar ik woon
zo veilig
zo vertrouwd
zo gewoon
als de aarde beeft
fundamenten barsten
muren wankelen
dak het begeeft
dan ontdek ik
deuren
achter het behang
die leiden naar
vergeten kamers
gesloten al zo lang
daar binnen
de contouren
van een verloren tijd
onder stof
duimen dik
dan wordt duidelijk
dat huis
dat ben ik
In de massa
wordt hij meegevoerd,
drijvend op de klanken
die weerkaatsen
tegen z’n huid.
Het membraan
tussen vrolijk gedruis
en drukkende leegte.
Tussen het feest
en z’n eenzaamheid.
starre blik van ontzieling
buigend naar je binnenkant
altijd op reis met witte pulver
waarin je nooit de stilte vindt
schaduw bij de parkeerautomaat
jij in mijn ruimte - je hulp ongevraagd
met mijn gestuntel in rollende munten
mijn schuld die ik achter het klepje laat
Negen jaar ben ik hier - in dit huis.
Na al die wanen staat het er nog.
De schimmen maken stenen tot gruis,
onder de zware last van bedrog.
Mijn droom schuurt nog langs de plinten.
Door de kieren ontsnapt steeds mijn hoop.
Mijn onrust trilt hoog onder de binten
als ik benauwd door de gangen loop.
Maar als ik de drempel passeer
dan waait er een koele wind,
waaruit ik helder licht inhaleer.
Mijn dwalen stopt waar het begint.
Ik hoop - als ik op mijn schreden keer -
dat ik dit spookhuis niet meer vind.