Zee

als ik stop en luister
de zee zijn kleur toe sta
zijn golven laat glijden
vraagt hij me nog even te blijven
hem verder te laten gaan

niet te begrijpen
of zelfs vertrouwen
simpelweg achter mijn blik
hem doen ontvouwen
mijn gehele bewustzijn laten beslaan

Schaduw

Ik volgde mijn schaduw naar huis
maar kwam er nooit.
Door brede straten en lange dagen.
Tot laat stond ik te praten met lucht en het water.
Dat de wereld te groot en te klein was,
en ik niet kon verdragen
dat de schaduw van mij was.

Schaduw

Ik volgde mijn schaduw naar huis
maar kwam er nooit.
Door brede straten en lange dagen.
Tot laat stond ik te praten met lucht en het water.
Dat de wereld te groot en te klein was,
en ik niet kon verdragen
dat de schaduw van mij was.

Verwachting

Ik hoor de ruzie achter je ogen,
voorbij de zuilen van je geest.
Hoge bovenkamers galmen
van wat er is geweest.
Vannacht blijf ik hier waken,
bij je, met mijn adem in.
Ik hoor je lopen naar beneden,
terug naar het begin.
Op trappen die zacht zwijgen.
Door galerijen onderin.
Tot in de gouden kamer
van de koningin.

Gangen van geld

Zilveren gangen,
echo’s van koper.
Een labyrint waarin
we onszelf horen lopen.
Tikkend klinken
tranen van staal,
voor vrijheid, nabijheid,
desnoods digitaal.

Een stille symfonie

Je mond bewoog naar wat je zei,
maar het enige wat ik hoorde
waren de pozen tussen je woorden.
Verborgen tonen in een lied,
een stille symfonie.
Uit een universum ongeboren.
Waar ik wel hoorde wie,
maar niet wat er werd gezegd.

Kostuum

Ik kijk met je mee
naar je lege glazen.
Zoveel vragen.
Zoveel haat
is wat je draagt.
Een kostuum
van ernst, van spijt.
Een jas
van nietigheid?
Ik kan niet
anders
dan grijnzen.
Lachen
om wat ik zag.
Rijzen daar
in die nacht.
Zag prijken.
Zag schijnen,
zo breed.
Maar zo slecht gekleed.

Lichaamstaal

Je handen willen zeggen,
wat je ogen willen weten.

Terwijl je mond zwijgt,
van wat hij heeft gehoord.

Liefde

Waar je woorden struikelen
en je gedachten huilen
Waar je vallend verzuipt
in die zwarte nacht

Daar is het moment

Waar liefde je overneemt
en je opnieuw verdrinkt
Waar je roept en doet wat zij zegt
en je alsnog reddeloos verloren bent

De dans

Ik kijk naast me en zie niet anders dan de dans van toen.
Het verleden cirkelt sierlijk om me heen.
Ze lacht en bedriegt, ze verleidt me wanneer ze roept.
Maar bij me kan ze niet meer, nu ik alleen nog hier besta.