Waardevolle zorg

De slaapzaal in het Asylum
is een vissenkom achter de vitrage
met kwijnende zeesterren
op drijvende bedjes
zeepaardjes trillen bodemloos
in het aquaniet
scholen van vissen zijn scherven
zwemmen door hoofden
waarin het zonlicht de diepte raakt

alleen de wit katoenen engelen luisteren ‘s nachts naar de sirenen
van de wenende onderwaterkoren
zij zingen de dodenzang
voor de noodlijdende dolfiandantes
de goudvissen bleken
met hun sluiervinnen
traan na traan na traan
voor hen die ten hemel varen
met de riemen die zij hebben

Waardevolle zorg

om je heen
spullen, muren, de kamer
ruimte van rust en lawaai
hand die je raakt, soms

dan ik, ook in die ruimte
die ik anders ervaar
zorg in mijn tas, mijn hart
tijd in mijn hoofd, mijn hand
ik zeg kom en daar ben je

maar wat je wilt, nee verlangt
is zelf zijn en beschikken
en tegen mij zeggen
kom en rust, of ga

als ik dan kom en rust
dan is mijn tas, mijn hart
mijn hand als die van jou
ik vertrek dan met zorg, mijn zorg
jouw waarde laat ik achter
bij jou

Ritme

Je luisterde en ik vertelde. Je volgde en ik deed.
Mijn ritme werd jouw adem.
Tot jouw verhaal de mijne bleek.