GGz Dichters 2010
André Calis kan met recht een duizendpoot genoemd worden. Poëzie, muziek of teken- en schilderkunst, hij voelt zich er bij thuis. Nadat hij een hogere technische opleiding afgerond had, ging hij als ontwerper aan de slag. Na enige tijd verliet hij dat pad echter en is hij zich gaan richten op zijn grote liefde: de kunst. Op dit vlak is hij volledig autodidact. Gedichten maakt Andre al sinds hij jong was. Het schrijven van poëzie is voor hem een manier om bij de samenleving aan te haken, de communicatie op gang te brengen en vooral ook te houden. Met name het feit dat je met minder woorden veel meer kunt zeggen, spreekt hem daarbij aan. Poëzie laat veel over aan de invulling van de lezer. Daarmee wordt het gedicht van hem of haar. Aan het verklaren van een gedicht doet André dan ook liever niet. In zijn werk wil André uiting geven aan gevoelens van verlating, stilte en angst. Toch komt steeds vaker ook de kracht van het leven in zijn werk naar voren. André heeft door psychische zowel als verslavingsproblematiek veel klinieken van binnen gezien. Daar ontmoette hij veel boeiende mensen die, net als hijzelf, voortdurend in gevecht waren met het leven. Mensen die de kracht hadden om dat gevecht elke dag opnieuw aan te gaan, simpelweg omdat zij het leven - ondanks alles - de moeite waard vonden. Dat is de kracht die ook André prikkelt. Niet alleen tot het schrijven van gedichten, maar ook tot het maken van muziek. Zijn kleinkunstliedjes verhalen over de liefde en de onbereikbaarheid of het verlies daarvan. André woont en werkt sinds 2001 in Limburg.
Bezoek ook de website van André Calis

Marjon Zomer
Marjon Zomer is opgeleid tot agogisch werker en heeft gewerkt met mensen met een verstandelijke beperking. Momenteel is zij thuis actief, als moeder en in de verloren uurtjes als schrijver. Marjon kent de GGz van zeer nabij. Als kind kwam zij al in aanraking met de hulpverlening, doordat haar moeder te kampen had met psychiatrische problematiek. Inmiddels is Marjon zelf moeder van twee kinderen, waarvan één een autistische aandoening heeft. Zo heeft ze volgens eigen zeggen: “al aardig wat gangen en wachtkamers van instellingen van binnen bekeken”. Taal en voornamelijk poëzie vormen een belangrijk onderdeel van Marjons dagelijks leven. Hoewel ze op jonge leeftijd al gedichten schreef, houdt ze zich pas sinds anderhalf jaar intensief bezig met poëzie. Het winnen van een schrijfwedstrijd was aanleiding om gerichte schrijfcursussen te gaan volgen. In haar poëzie beschrijft Marjon alledaagse situaties waarbij een bijzondere kijk op het leven opvalt. Ze raakt met weinig woorden onderliggende lagen aan. Met name de menselijke natuur en de vele verschillen die er tussen mensen kunnen bestaan, fascineren haar. Ritme en terloops rijm typeren haar stijl. Marjon heeft een lichte voorkeur voor het schrijven van sonnetten, maar ook anagrammen, woorden of zinnen die volledig bestaan uit de letters van andere woorden of zinnen, zorgen voor ontspanning. Sinds kort legt zij zich ook toe op kort proza. Begin april 2010 debuteert Marjon met de poëziebundel “dat wel”. Marjon hoopt als GGz-Dichter meer begrip voor en besef van menselijke problematiek te weeg te kunnen brengen.
Roland Hoven
Voor Roland Hoven is schrijven méér dan een plezierige bezigheid, waar hij zich goed in kan uiten. Creatief schrijven is voor hem een soort mentale ontspanning, met als aardige bijwerking dat schrijven “het denken wat losser en leniger maakt”, zoals hij dat zelf zegt. “Taal is gewoon een feest! Ik kan er een enorm plezier aan beleven als iemand een mooi, onalledaags, maar precies goed gekozen woord gebruikt. Heerlijk vind ik dat.” Roland vindt het geweldig om in poëzie een gedachte of gevoel op te roepen, zonder dit expliciet te beschrijven. Dat is zijn uitdaging. Roland is altijd al geïnteresseerd geweest in mensen, in hun drijfveren, hun gedrag. Daarom koos hij na zijn studie geneeskunde voor psychiatrie als specialisatie. Inmiddels is hij terug naar zijn Brabantse wortels en werkzaam bij de GGz in Breda, zowel in het ACT-team (intensieve psychosezorg) als bij de crisisdienst. Daar bezoekt hij mensen in hun eigen woonomgeving, of dat nu op straat of in een woning is, en krijgt hij een inkijk in hun leven. Wat vindt men mooi en belangrijk en waar heeft men juist last van? Roland houdt van het werk van Toon Tellegen. “Verhalen en gedichten waarin alles kan en mag, terwijl toch alles klopt. Dat vind ik zo knap!” Daarnaast leest hij graag de poëzie van Ingmar Heytze, Jan Arends en Ramsey Nasr. Als GGz dichter wil Roland woorden geven aan zijn ervaringen in de psychiatrie, als mens èn als hulpverlener.

