GGz Dichters 2011
Jan Folkert
Jan Folkert is al zijn hele leven met taal bezig. Oorspronkelijk komt hij uit Groningen en is begin jaren tachtig in de omgeving van Utrecht verzeild geraakt. Hij publiceert onder zijn twee voornamen ‘Jan Folkert’. Eerder publiceerde hij onder het pseudoniem P.J. Kali of onder zijn officiële voor- en achternaam Jan (F) Bouman. Verder schrijft hij regelmatig vakinhoudelijke artikelen. In het dagelijks leven werkt hij in de informatievoorziening en ICT. Hij is opgeleid in techniek, informatica en maatschappijgeschiedenis. Daarnaast beoefent Jan Folkert Reiki waarvoor hij enkele jaren geleden zijn Masters graad haalde. Hij is dus met veel dingen bezig en is gelukkig met de veelkleurigheid van zijn leven. “Wat je ook doet, welk vak je ook kiest, overal kom je mensen tegen waarmee je het leuk kunt maken en houden. Je moet het alleen wel zelf doen”. Sinds 2004 is hij intensief betrokken bij de GGz als vader van een cliënte en sinds 2006 als partner van een GGz-medewerker. Als naastbetrokkene volgde hij bij Altrecht in Utrecht een traject Psycho-educatie bedoeld voor familieleden van cliënten met schizofrenie, psychoses en persoonlijkheidsstoornissen. Een geweldige training vooral door de ontmoeting met andere familieleden. Het bracht hem veel inspiratie voor nieuwe gedichten. Jan Folkert is erg blij met zijn verkiezing als GGz-dichter. Hij hoopt en verwacht het komend jaar productief zijn waarbij hij de invalshoek van betrokken familielid kiest, maar soms ook in de huid van een cliënt of een hulpverlener kruipt.
Esther Mirjam
Esther Mirjam (Amsterdam, 1962) werd voor het eerst door poëzie geraakt op de middelbare school door het gedicht ‘Egidius, waer bestu bleven?’. Daarna passeren er vele dichters die haar met enkele woorden of zinsneden opnieuw raken. Zij is onder andere geboeid door K. Michel vanwege zijn energieke taalgebruik, door een aantal Scandinavische dichters die sterke natuurbeelden gebruiken. De dichter Miriam Van hee spreekt haar juist aan door de ogenschijnlijke onnadrukkelijkheid.
Als zij in de psychiatrie belandt zoekt ze verwantschap met dichters als Sylvia Plath, Anne Sexton en Jan Arends die een rauwe beeldtaal hanteren. Een gedicht van Jan Arends vormt de aanzet tot het schrijven van haar eerste bundel ‘Winterse Dagen’ (niet gepubliceerd). Deze bundel, uit nieuwsgierigheid en nood geschreven, is een zelfonderzoek en een neerslag van haar ervaringen tijdens een langdurige opname in voormalig psychiatrisch ziekenhuis ‘Vogelenzang’ te Bennebroek begin jaren ‘90. In de herfst van 2010 worden vijf gedichten hieruit opgenomen in de verzamelbundel ‘In mijn verbeelding’, uitgegeven door Tobi Vroegh.
Tijdens een onlangs tweede psychotische episode, die gepaard gaat met heftige stemmingswisselingen, komt het schrijven pas goed op gang. In een geheel eigen beeldtaal zet zij de wereld, die zij als vreemd, maar zeer indrukwekkend ervaart neer in een nieuwe reeks gedichten. De gedichten doen psychedelisch aan, wat goed aansluit bij haar later ontwikkelde interesse
voor jaren ‘60 muziek en mode. Met haar verkiezing tot één van de GGz dichters voor 2011 krijgt het schrijven een vaste plek in haar leven.
Linde Overbrug
Linde houdt erg van het stellen van vragen en het onderzoeken van dingen; toen ze klein was vroeg ze van alles hardop aan iedereen. Ze was nieuwsgierig naar leven, de dood, het heelal en naar wat men leuk, stom en belangrijk vond. Ze wilde vooral de mensen zelf begrijpen dus koos later ook voor de studie Psychologie.
Sinds ze klaar is heeft ze verschillende dingen gedaan. Naast haar studie heeft ze een coach-opleiding gedaan en heeft ze lesgeven op de Universiteit Leiden en de TU Delft over samenwerking, communicatie en groepsgedrag. Haar rode draad is dat ze mensen wil helpen en begrijpen.Het coachingstraject heeft veel voor haar betekend. Het ging ineens niet meer over ziekte maar over gezondheid en over talenten, kwaliteiten en potentie in plaats van al die beperkingen. Over het beste in iemand zien en naar boven halen.
Ze is zoals ze zelf zegt (naast dat lesgeven) “als een gek gaan lezen over bijzondere en wijze mensen en hun ideeën over de mens. Boeidend vind ik dat te lezen over hoe we zelf meer invloed hebben dan we denken op onze eigen belevingswereld en daarmee onze gezondheid en geluksfactor.” Ze zou dat ontzettend graag willen integreren in de wereld van de psychologie en psychiatrie.
Ook heeft ze altijd veel geschreven, voor de lol voor zichzelf en toen ze op reis was. Haar belangstelling voor gedichten is ontstaan toen ze Rumi tegenkwam, een Perzische dichter. Hij schreef “Out beyond ideas of wrongdoing and rightdoing, there is a field. I will meet you there”. Dat ‘field’ boeide haar en daar wilde ze over schrijven. Met schrijven zijn haar voorbeelden Paulien Cornelissen en Rumi. Ze hebben veel inzicht en schrijven allebei zo goudeerlijk. Ik hoop mensen met mijn gedichten te herinneren aan hun ‘field’.
Verder wil ze nog meer gaan schrijven, niet alleen gedichten maar ook artikelen en columns en is ze bezig met een eigen website.